Columns

Verstoppertje in m’n eentje



Om mijn literatuurlijst op de middelbare school te vullen, las ik Het Gouden Ei van Tim Krabbé. Ik had het boek nota bene gekozen omdat het ‘niet zo dik was’. Nooit had ik verwacht dat het me zo lang zou bijblijven.Nu nóg kan ik me het plot feilloos herinneren, zelfs nadat ik Engelse literatuur heb gestudeerd en ondertussen talloze boeken heb gelezen. Het boek maakte toen al onmiddellijk indruk, omdat het een van mijn grootste angsten bevatte: alleen zijn.

Nou was ik een sociale tiener, al dan niet wat excentriek, met een vrij grote poel van contacten. Ook thuis waren we met meer dan gemiddeld (mijn ouders, een zusje, twee oudere broers en ik). Echt alléén was ik dus zelden. Maar ik vóelde me wel vaak alleen en ‘erbij horen’ was (is) voor mij het belangrijkste doel in het leven.

Eenzaam zijn is een gevoel dat we allemaal wel kennen. Het is niet alleen volkomen menselijk, maar zelfs zo ingebakken dat het bijna net zo voorkomend is als het hebben van dorst of honger. Je zou eenzaamheid kunnen zien als een dorst naar goedkeuring of als trek in erbij horen. Of is het eerder een angst voor afwijzing?

Wat mij in ieder geval duidelijk is geworden in de tijd tussen het lezen van Het gouden ei en nu, is dat eenzaamheid niet per sé iets te maken heeft met alleen zijn. Ik heb mij bijvoorbeeld nooit eenzamer gevoeld dan een aantal maanden geleden, toen ik met wat vrienden een biertje aan het drinken was en we plotseling besloten dat het een goed idee was om verstoppertje te gaan spelen. “Net als vroeger!” riep ik nog enthousiast, voordat we naar buiten liepen. Maar toen ik na een potje of tien op mijn buik achter een bloempot lag en mijn vrienden hoorde zeggen: “Zo, is dat iedereen? Zullen we nu weer naar binnen gaan?” overviel het gevoel van eenzaamheid mij drastisch. Dat gevoel wat zich diep in je buik  vestigt en je misselijk maakt. Als indigestie. Op dat moment ben ik zo stoer en lacherig mogelijk opgestaan en teruggelopen, maar ik weet zeker dat al mijn vrienden het hebben gemerkt.

Ik realiseer me nu dat Het Gouden Ei veel complexer is dan ik aanvankelijk dacht. De eenzaamheid in het boek is niet alleen te vinden in de droom over het gouden ei en de ontknoping. Het boek bevat een roerei van personages die allemaal op een andere manier de eenzaamheid voorgeschoteld krijgen. Misschien is het boek me wel zo bijgebleven, omdat ik al die verschillende smaken van eenzaamheid die er in voorkomen, heb herkend in de loop van mijn leven. Ik ben er in ieder geval geen zachtgekookt eitje van geworden. Ik heb veel geleerd van mijn ervaringen met eenzaamheid en door mij te omringen met gelijkgestemden ben ik mij steeds minder eenzaam gaan voelen.

Het hele eieren eten is dus dat eenzaamheid in veel verschillende vormen komt, met veel verschillende oorzaken. Maar hoe hongerig, dorstig of angstig we ook worden, misschien ligt er een troost in de realisatie dat we het allemaal voelen. Daarin zijn we niet alleen.

Leave a Reply

Your email address will not be published.